Welkom, U bent niet ingelogd | log in

SubMenu


Bijlage(n)




Snelkoppelingen

 Gebruiksvoorwaarden
 Privacy-enCookiebeleid
 Lid worden
 Wachtwoord Vergeten
 Wij helpen u - Contact
  Nieuwsbrief Strafrecht
  European Courts

  

 

Speech deken 2017

Speech deken mr. Pieter van Regteren Altena

Praktizijnsdiner 15 november 2017 - Raadszaal The Grand Amsterdam


Laat ik beginnen de PraktizijnssociŽteit heel hartelijk te feliciteren met het honderdtachtig jarig bestaan. Zo bezien zijn wij hier present bij de viering van weer een kroonjaar.

Vijf jaar geleden vierden wij het 175 jarig bestaan. Daarvoor was een bijzonder locatie, het Muziekgebouw aan het IJ. Het seminar was gericht op de toekomst: effectief zoeken in digitale zoeksystemen. De opkomst was enorm.

Voor deze viering van het honderdtachtigjarig bestaan is gewoon gekozen voor onze gebruikelijke locatie hier in The Grand. En het seminar vanmiddag ging over een traditioneler onderwerp: Rechtspraak en publiciteit.

Seminar en diner werden aangekondigd als een ‘special edition’ wat enige zorg baart omdat die aanduiding vooral associaties oproept met vulpennen die toch al over de top zijn of, erger nog, auto’s waarvan de productie is of wordt gestaakt en waar je als koper dan behalve een sticker met ‘special edition’ iets bij krijgt in de sfeer van een sportieve bumper, een groot aanraakscherm en hulp bij inparkeren.

Deze associaties zijn begrijpelijk maar gaan niet op voor de PraktizijnssociŽteit. Die floreert, al is de bibliotheek in verband met de tijdelijke vestiging in de tijdelijke rechtbank gedeeltelijk opgeslagen. Dat floreren betekent niet dat het bestuur van de sociŽteit de bestendigheid van het lidmaatschap en nieuwe leden niet zeer belangrijk vindt en daar veel aan doet onder meer door onder het vaandel ‘Excellente Rechtspraktijk’ verdiepingsbijeenkomsten te verzorgen voor de leden. De leden en hun financiŽle bijdragen zijn een voorwaarde voor de continuÔteit.

Het oprichtingsjaar 1837. Wat gebeurde er toen nog meer. In 1837 verscheen ook het eerste nummer van de Gids. Er werd een commissie geÔnstalleerd om de mogelijkheden voor de droogmaking van de Haarlemmermeer te onderzoeken. De Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij werd opgericht waardoor de eerste trein in Nederland, de stoomlocomotief De Arend, met een aantal wagons, vanaf 1839 tussen Amsterdam en Haarlem ging rijden. De oprichters van de PraktizijnssociŽteit bevonden zich dus in goed gezelschap van ondernemende lieden.

Maar er gebeurden in 1837 ook dingen waar wij nu minder trots op zijn. In Overijssel werd de doodstraf voor de moordenaar Albert Wetterman door ophanging ten uitvoer gelegd. Dat was wel de laatste persoon die werd opgehangen, in Overijssel.

Ik zou mij kunnen voorstellen dat het bestuur van de PraktizijnssociŽteit overwogen heeft om het seminar bij het 180-jarig bestaan te organiseren over artikel 180 Rv. of over artikel 180 Sr. Maar artikel 180 Rv. ziet op het getuigenverhoor en bepaalt dat de griffier daarvan proces-verbaal opmaakt. Meer niet. Artikel 180 Sr. omschrijft het delict wederspannigheid.

In geen van beide zit nog een seminar. Rechtspraak en publiciteit is veel actueler.

Die volgorde, Rechtspraak en publiciteit, klopt dat eigenlijk nog wel. Of moet die volgorde in de huidige tijd toch worden omgedraaid omdat publiciteit in veel gevallen juist aan rechtspraak vooraf gaat?

Dat de rechtspleging in Nederland veel publieke en mediabelangstelling heeft is evident. Het voornemen om aangifte tegen iemand te doen is vaak al goed voor ťťn of meer mediamomenten Over betrokkenen in strafzaken, daders, slachtoffers en getuigen, worden boeken en columns geschreven en er wordt al volop getwitterd, ook over de gewenste strafmaat ruim voordat van rechtspraak waarin die betrokkenen een rol spelen Łberhaupt sprake is. Wie televisie kijkt en de kranten leest weet zo een aantal voorbeelden met de naam en het beeld van degeen om wie het gaat erbij.

Advocaten zien ook nog maar weinig beperkingen om aan die media-aandacht mee te werken, hetzij als advocaat van een betrokkene, hetzij als deskundige die alles van de zaak lijkt te weten ook indien hij de betrokkene of diens advocaat nog nooit gesproken heeft. De overvloedige media-aandacht was ook ťťn van de onderwerpen van het door de Nederlandse orde georganiseerde Gerbrandy debat vorige week in Den Haag. Daar bleek een grote mate van eenstemmigheid dat de rechter die uiteindelijk over zo’n zaak beslist zich daardoor niet van de wijs laat brengen maar de zaak op zijn eigen merites beoordeelt. Het feit dat een verdachte voor de behandeling ter zitting in het publieke debat al negatief in het nieuws geweest is, met alle gevolgen op het persoonlijk en professioneel leven, kan wel van invloed zijn op de beslissing over de strafmaat. Voorafgaande media-aandacht en de persoonlijke en maatschappelijke gevolgen leiden dan tot strafvermindering.

Waar de media geen terughoudendheid betrachten kan van advocaten die terughoudendheid ook minder worden verwacht. Het proces speelt zich niet alleen in de rechtszaal af maar heeft tegenwoordig meerdere zijpodia. Aldus wordt tegenwoordig van advocaten minder terughoudendheid in hun contacten met de media geŽist.

Als voorbeeld noem ik gedragsregel 10, lid 2 waarin is bepaald dat de advocaat in een strafzaak geen afschrift van processtukken aan de media verschaft en terughoudend is met het geven van inzage in die stukken. Deze regel is in het voorstel van de Commissie herijking gedragsregels geheel vervallen. De Amsterdamse raad van de orde heeft daarover in zijn reactie op de voorgestelde nieuwe gedragsregels de opmerking gemaakt dat dit een beperking lijkt van de verplichting van een advocaat om bij zijn beslissing processtukken aan de media te verschaffen ook de mogelijke belangen van derden mee te wegen. We zullen zien of deze reactie in enig opzicht in de nieuwe gedragsregels tot uitdrukking komt.

Ook de rechterlijke macht en het OM spelen het mediaspel mee maar er is wel sprake van een ongelijk speelveld. Persrechters en persofficieren komen ook op televisie maar vooral in het NOS-journaal en niet in actualiteiten programma’s. Zij twitteren ook, maar na de zitting of liever nog na de uitspraak. Zij laten zich in hun mediaoptredens nimmer negatief over advocaten uit met uitspraken als dat deze hun stukken niet gelezen hadden of een grotendeels niet ter zake doend pleidooi hielden. Dat respect voor de rol van de andere spelers in de rechtspleging zou wat mij betreft ook voor advocaten meer leidend mogen zijn.

In het al genoemde Gerbrandy debat werd door de rechter en de officier in het panel aan de orde gesteld dat het bij sommige mediaoptredens van advocaten de vraag is in hoeverre het belang van de cliŽnt daarmee gediend is en of het de advocaat niet meer om het commercieel belang van diens kantoor gaat. Dat is wel om over na te denken.

Uiteraard doe ik geen afbreuk aan de grote vrijheid die een advocaat heeft om op te komen voor de belangen van zijn cliŽnt. Dat is de essentie van ons bestaan. De advocaat vaart zijn eigen koers. Het kompas wijst naar het noorden maar de advocaat koerst naar het zuiden. Kompas koers 180˚, hoe mooi is dat in het jaar dat de PraktizijnssociŽteit 180 jaar bestaat.

Honderdtachtig is eigenlijk een veel mooier getal dan 175 of 200. Voor een goede appeltaart warm je de oven voor tot 180˚.

De Hoge Raad maakt soms een draai van 180˚ en gaat om. Dat is een belangrijk moment. Bij rechtspraak door computers zal dat niet gebeuren; die repeteren wat gebeurd is en zien niet wat gebeuren moet. Dat leidt tot stilstand en daarmee tot verlies van vertrouwen in de rechtspraak. Rechtspraak en advocatuur blijven mensenwerk omdat, in ieder geval voorlopig, de rechtspleging staat of valt bij het vertrouwen dat de rechtzoekende de personen in de rechtspraak geeft.

Er gaat veel veranderen, daar is geen twijfel over. Dat is bij ons praktizijnen geen kwestie van omgaan maar een hoek van 180˚. Een hoek van 180˚ is een rechte lijn. We zijn on lijn.

Online, of het nu het digitale procederen is, de voorspelbaarheid of de voorbereiding van rechterlijke beslissingen met kunstmatige intelligentie, wij zitten er als praktizijnen middenin en kunnen er op tal van manieren van profiteren. Ook de 180-jarige sociŽteit en de Praktizijnsbibliotheek kijken niet in weemoed terug maar zijn klaar voor de toekomst.

Bij dit jubileum dank ik namens alle hier aanwezige leden het bestuur van de sociŽteit en de medewerkers van de praktizijnsbibliotheek zeer voor al hun inspanningen voor ons als leden en het in stand houden van de mooiste juridische bibliotheek in Nederland. De PraktizijnssociŽteit blijft zo een schot in de roos.

De PraktizijnssociŽteit: One Hundred and Eighthy.

P.N. van Regteren Altena

Parnassusweg 220 1076 AV AMSTERDAM bibliotheek tel. 088-361 1430 togakamer tel. 088-361 7059