Welkom, U bent niet ingelogd | log in

SubMenu





Snelkoppelingen

 Lid worden
 Wachtwoord Vergeten
 Wij helpen u - Contact
  Nieuwsbrief Strafrecht
  European Courts

Speech deken 2015

Speech deken mr. P.N. van Regteren Altena
op Praktizijnsdiner 12 november 2015

Geachte collega’s, confrères, praktizijnen, diner gasten,

In de eerste uitnodiging voor dit diner was deze speech aangekondigd als speech. In de tweede aankondiging die u niet allemaal blijkt te hebben ontvangen was deze speech een peptalk geworden van een voetbalcoach van een advocatenteam met referenties aan de rechtstaat en assistentie van onze nieuwe rechtbankpresident Henk Naves in het doel.



Dat komt ervan wanneer je onvoldoende aan de bal blijft. Ik weet nagenoeg niets van voetbal, ben geen lid van enig legioen en zie slechts sporadisch een wedstrijd van het Nederlands elftal.

Als ik moet kiezen tussen: ik weet er de ballen van of ik weet er geen bal van dan weet ik dat het laatste beter is omdat voetbal doorgaans maar met één bal gespeeld wordt. Als mijn positie hier die van coach is dan is het maar goed dat het van een elftal is waar de coach ook scheidsrechter is.

Uiteraard heb ik mij laten leiden door de opdracht dat ik een peptalk zou moeten houden. Dat geeft mij de vrijheid om het kort te houden en vooral ook op grote afstand van de nuances van het debat tijdens het seminar te blijven. Met een gestrekt been erin als het ware.

Tot zo ver de gebruikelijke exoneraties.

Wij hebben het vanmiddag gehad over de wakende rechter, de rechter die de grenzen bewaakt en de grenzen verlegt. Dan gaat het om de grenzen van de rechtstaat waar de rechtspraak meer en meer de verantwoordelijkheid van de politiek overneemt.

De controle op de overheden als uitvoerende macht verschuift van de politiek, de democratische controle, naar de rechtspraak niet omdat de democratische controle geen goed systeem is maar omdat politici geen werkelijke belangstelling meer hebben voor deze kerntaak. De bewaking van de rechtsorde is niet interessant omdat, en ik denk in deze volgorde: het voor de media niet interessant is en omdat degenen om wie het in veel gevallen gaat niet behoren tot een politieke doelgroep.

Het politieke oog is verschoven van de controlerende taak en de langere termijn naar de incident gedreven knipoog en de lach vanaf het beeldscherm met in veel gevallen een ondoordachte roep om meer regelgeving en meer toezicht. Ik heb het bij deze wat treurige schets natuurlijk niet over de Eerste Kamer; daar gaat het nog wel om de kerntaak en ook om de langere termijn en wordt nog goed nagedacht voor men wat zegt en zonder dat het media-effect bepalend is.

Dat de rechter ingrijpt is dus niet alleen logisch en terecht maar ook dringend noodzakelijk. Dat dit gebeurt zou voor de overheid en de politiek een alarmsignaal moeten zijn van de zwaarste categorie. In voetbaltermen: een rode kaart. Maar dat is het niet.

Een vernietigende uitspraak van de rechter is voor de politiek maximaal een mooie aanleiding voor een paar Kamervragen. Daarna gaat men weer over tot de orde van de media, de wereld draait tenslotte door.

Voor de overheid blijkt een vernietigende uitspraak van de rechter geen reden om zich ook aan die uitspraak te houden. De uitspraak in de AIVD-zaak werd en wordt domweg niet nageleefd; tappen moet mogen. Ongeveer daags na de uitspraak in de CO2-zaak volgde het kabinetsvoorstel om de maximumsnelheid op veel meer autosnelwegen te verhogen tot 130 km per uur. In beide gevallen werd de overtuiging van het eigen gelijk ook kracht bijgezet met een hoger beroep tegen de onwelgevallige uitspraak.

Als ik het heb over hoger beroep dan denkt u hier in Amsterdam aan het Hof Amsterdam. En terecht want dat blaast een hele mooie partij mee.

Een paar recente voorbeelden.

De beslissing van de Ondernemingskamer in de Meavita-zaak leidde tot een direct vertrek uit de Eerste Kamer van Loek Hermans. Die zag de beslissing van de OK met vertrouwen tegemoet maar kreeg een niet mis te verstane diskwalificatie van zijn optreden als toezichthouder. Het politiek panacee van de probleemoplossing door meer toezicht moet door de toezichthouders zelf dus wel serieus genomen worden juist ook als zij politicus zijn.

Tweede voorbeeld: het beleid van de Gemeente Amsterdam om een parkeerder die wel parkeergeld betaalt maar bij het invoeren van het kenteken van zijn auto bij de automaat een vergissing maakt een tweede keer te laten betalen en de betaling van een naheffing te voorzien kwam niet door de toetsing van het Hof Amsterdam. Betaald is betaald en daaraan doet een administratieve vergissing niet af. Het is toch verwonderlijk dat een College van B&W en een Gemeenteraad daar zelf niet opkomen.

Laatste voorbeeld. Toen aan de strafkamer van het Hof Amsterdam de vraag werd voorgelegd om de vergoedingen aan kroongetuigen te beoordelen liet het Hof die beker terecht aan zich voorbij gaan met de motivering dat waar het aan toetsingscriteria ontbreekt om vergoedingen aan kroongetuigen te kunnen beoordelen het aan de wetgever is om daarvoor criteria vast te stellen. Het was mooi dat dat voorpaginanieuws was.

De rechterlijke ingreep is in het huidige klimaat dus in een aantal gevallen noodzaak. De aanhoudende bezuiniging op de rechtspraak en de schending van de nog geen twee jaar oude toezegging dat de nieuw gevormde elf arrondissementen voorlopig ongemoeid zouden worden gelaten staan met die noodzaak in schril contrast. Het is terecht dat de rechtspraak ten aanzien van de opgelegde bezuinigingen nu het “tot hier en niet verder” heeft uitgesproken.

In deze positie van de rechterlijke macht zijn advocaten onmisbaar. De bewaking van de grenzen is teamwork waarbij advocaten de grenzen dienen op te zoeken en niet moeten aarzelen om buiten de gebaande paden te treden.

De vorming van belangwekkende jurisprudentie is immers afhankelijk van advocaten en rechters die durven. Van advocaten wordt in dit spel aanvallend spel geëist. Geen aanvallen die leiden tot hoog boven het doel geschoten ballen maar tot doelpunten in de bekende rechter bovenhoek waar iedere advocaat immers wil scoren.

En zo kom ik, ter afsluiting, op de regels van ons spel. De samenleving wordt met regelgeving dichtgetimmerd en op nakoming daarvan wordt door tal van toezichthouders toezicht uitgeoefend waarvoor ook weer regelgeving geldt.

Een voorbeeld: mijn exemplaar van de wet op het financieel toezicht bestaat uit 1056 bladzijden in kleine letters. De bijlagen beslaan zo’n 700 bladzijden. De lagere regelgeving is in een even kloek tweede deel met eveneens een kleine 1800 bladzijden opgenomen.

De mate van regelgeving voor de advocatuur is in de huidige tijd uitzondering. De Advocatenwet bevat 70 artikelen. De Verordening op de Advocatuur: 10 hoofdstukken met in totaal 148 artikelen, niet meer dan 50 pagina’s in het boekje met regelgeving en tot slot 37 gedragsregels. Dat is het.

De basis voor de regelgeving voor de advocatuur zijn de onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Dat is ook de leidraad voor de praktijkuitoefening.

Dit gebrek aan regeldichtheid is een groot goed. Het onderstreept enerzijds de grote vrijheid van de advocaat maar vraagt anderzijds een grote verantwoordelijkheid om van die vrijheid juist gebruik te maken. Daar heb je de integriteit weer. De Amerikaanse Harvard hoogleraar David Wilson heeft dit als volgt verwoord: “What makes a lawyer special is that moral and professional rules are inherent to the profession in such a way that if there were no codes of ethics and professional rules the same rules would apply.”

Een Nederlandse vergelijking: wanneer je een advocaat zonder horloge vraagt hoe laat het is zal hij zeggen “dat weet ik niet maar ik weet wel ongeveer hoe laat het is”. Het is aan de advocaten de eigen grenzen te bewaken. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Spelverruwing leidt onvermijdelijk tot meer regelgeving en beperking van de vrijheid en onafhankelijkheid.

Is het gevaar voor spelverruwing groot? Vergelijk het eens met voetbal.

Laten we als uitgangspunt nemen dat in een wedstrijd tussen profvoetballers gemiddeld 1 gele kaart en 1/4e rode kaart valt. Zo’n wedstrijd duurt in de reguliere speeltijd 1,5 uur. In zo’n wedstrijd wordt met 22 man gespeeld. Iedere voetballer is dus goed voor 1/22e gele en 1/88e rode kaart in 1,5 uur.

Wanneer we zo’n profvoetballer met 1/22e gele en 1/88e rode kaart in 1,5 uur transformeren tot een advocaat die 6 declarabele uren per dag maakt dan zou een advocaat afgerond 1 gele kaart per week en 1 rode kaart per maand uitgedeeld krijgen.

Voor de ruim 5.000 advocaten in Amsterdam zou dat zo’n 260 duizend gele en 60 duizend rode kaarten per jaar betekenen. Daarmee dringt uitsluitend de vergelijking met de permanente snelheidscontrole op de A2 zich op.

Ik ben daar niet beducht voor. Maar ik roep u wel op om u van het risico van spelverruwing bewust te zijn en daarvoor te waken. Duwen mag, tackelen niet, accepteer dat er bij een winnaar ook een verliezer is. Toga’s uitwisselen hoeft niet maar geef elkaar na de wedstrijd een hand. In het civiele recht een echte en in het strafrecht symbolisch aan de officier van justitie.

Laten wij daarop vooral nog een paar glazen met elkaar drinken.

Dank u wel.

Pieter van Regteren Altena
Parnassusweg 220 1076 AV AMSTERDAM bibliotheek tel. 088-361 1430 togakamer tel. 088-361 7059